Start Forum Te koop Geschiedenis Links Database Veelgestelde vragen Catalogus Megazoeker

Vee, voedingsmiddelen en voorwerpen

Vanaf het begin van het bestaan van de mens heeft ruilhandel in dieren, voedingsmiddelen en voorwerpen een grote rol gespeeld. Jagers ruilden hun opbrengst van de jacht tegen producten van boeren en vissers.

Vooral vee werd veel gebruikt als betaalmiddel. Zo diende voor de 8ste eeuw van onze jaartelling de os als rekeneenheid. Het nog steeds gebruikte woord “pecunia” dateert ook uit die tijd, want het Latijnse woord “pecus” betekent vee.

Voor (reizende) kooplieden was vee echter een onhandig betaalmiddel, omdat dieren veel te groot waren om te vervoeren. Zij ruilden dan ook meestal met tabak, thee en zout. Marco Polo meldde dat er in China in de 13de eeuw met baren zout werd betaald. Het woord “salaris” is hier ook van afgeleid; “sal” betekent zout.

Deze ruilmiddelen vallen echter nog niet onder het begrip “geld”, want dat is het pas wanneer het voorwerp een vaste waarde krijgt. Daarvoor werden ook systemen bedacht met vaste aantallen.

Schelpen werden ook veel gebruikt als betaal- en ruilmiddel. De Nederlanders kochten met kauri’s Afrikaanse slaven en met wampum’s werden verschillende steden gekocht, zoals Manhatten. Behalve schelpen werden er ook veel kralen en loodjes gebruikt.

Dit blijkt ook uit archeologische vondsten bij de Amerikaanse oostkust, waar vele Hollandse lakenloodjes zijn gevonden.

 Voorlopers van het muntgeld

Veel primitieve betaalmiddelen zijn gemaakt van ijzer, koper, tin en zilver. De reden hiervan is dat dit geld zo erg gemakkelijk hanteerbaar was.

In Mexico werden tussen de 14de en 16de eeuw stukjes koper in vorm van een inheems bijlblad gebruikt. In China werden er in die tijd messen en miniatuurspaden van koper gebruikt.

Deze betaalmiddelen werden in sommige gebieden rond 2500 v. Chr veel minder gebruikt, omdat vanaf die tijd afgewogen hoeveelheden zilver werden gebruikt voor betaling van bijvoorbeeld land, pacht en schadevergoeding. Eeuwen later werden deze gewichtseenheden ook vastgesteld en vanaf dat moment werden er lonen uitbetaald in ruw zilver.

Ook de Romeinen gebruikten lang voor onze jaartelling onbewerkt koper als betaalmiddel (genaamd “aes rude”). Later werd het koper (net als zout) in baren gegoten, wat “aes signatum” heette. De grootste baar was net zo zwaar als een Romeinse Pond: 327 gram. Het Engelse symbool £ is hier ook van af te leiden, want in het Latijns is “libra” het woord voor pond.

De onhandige baren werden al snel vervangen door ronde, bronzen en gegoten munten.

Ook in China was in de 5de en 4de eeuw v. Chr al bronsgeld in de omloop. Er waren toen nog geen ronde munten, maar verkleinde miniatuurwapens van brons, totdat keizer Qin Shi Huangdi deze verving door gegoten bronzen munten met in het midden een vierkante uitsparing (hier zien we ook nu nog veel van terug in de circulatiemunten van het huidige China)

Het voordeel van het gieten van munten was dat dit veel sneller ging dan de eerdere methode van het slaan van munten. Een nadeel van het gieten was dat de munten moeilijk op gewicht gebracht konden worden. Er bestaan dan ook geen gegoten zilveren en gouden munten uit deze tijd.

Jaartallentabel
Muntstelsels uit het Verleden

Bronnen:
   
V. JANSSENS, De goud- en zilverwaarde der geldeenheid, in: Dokumenten voor de geschiedenis van prijzen en lonen in Vlaanderen en Brabant, I, Brugge, 1959, pp. 16-29.
V. JANSSENS, De Belgische Frank. Anderhalve Eeuw Geldgeschiedenis Antwerpen, 1976, p. 247.
A. E. FEAVERYEAR, The Pound Sterling, A History of English Money, Oxford, 1951.
M. BAULANT & J. NEUVRET, Prix des céréales extraits de la Mercuriale de Paris, 1520-1698, Paris, 1962
Jaarboeken van het EGMP.
Geschiedenis van Vlaanderen en Brabant. deel IV.
Foto's afkomstig van Privé verzamelingen.

 

 

 Webmaster: Muntstukken   (Klik voor e-mail).