Batavier,
Het mag duidelijk zijn dat ik de nieuw Sear prefereer, maar dat is geen eerlijk vergelijk
drie delen en ca 6 x zo duur (ca 14000 munten?)
Als je de je de herdruk Sear 1988 neemt (ook een deel), dan prefereer ik de Kankelfitz, meer munten meer achtergronden - maar Kankelfitz romantiseerde mischien iets meer - . Het boek was goedkoper (indertijd) en recenter dan de Sear 1988.
Ook Kankelfitz zijn goede kwaliteitsomschrijvingen vind ik veel realistischer dan die van Kampmann. Kankelfitz's patina omschrijvingen vindt ik ook zeer goed, hoewel hij het kunstmatig patineren niet noemt.
Kampmann en Albert beschrijven samen meer (nog) meer munten, maar met name Kampmann geeft mi geen adequate prijzen, of mijn beeld komt niet overeen: sestertii en asses van het zelfde type: beschreven onder een nummer lijken dezelfde prijsindicatie te krijgen.
Wat wel de tendens die Kampmann signaleerd is kwaliteit betaald: grofweg een kwaliteit verschil van F naar ZF, of van ZF naar P de prijs stijgt met een factor 3. Bij de nieuwe Sear stijgt de prijs met een factor 2 - 2,5. Vroeger was dat maximaal 2 door elkaar heen.
Kwalitatief minder goede munten zijn (veel) goedkoper geworden, topstukken zijn veel duurder geworden. Of deze prijsontwikkeling zich zal blijven voordoen is moeilijk te voorspellen.
Haar kwaliteits eisen met name van de leesbaarheid / aanwezigheid van het omschrift, vind ik bij brons en de bij zilver in en onder de kwaliteit fraai onrealistisch streng.
Hopelijk heb je wat aan deze informatie.
mvg A
