Hoi
Om het wat makkelijker te maken, want zijn naam staat verscholen op dit forum in een topic over 1 frank Ceres.
Aan die link heeft hij niets, want hij vraagt de naam en niet de gegevens.
Wie is de beeldenaar op onze 20 en 50 centiem-stukken?
Voor velen, voor bijna iedereen zelfs, gaat het om een portret ontsproten aan de fantasie van een of andere artistieke graveur; voor anderen gaat het om een door een bekwaam tekenaar vormgegeven mijnwerkershoofd.
De waarheid is heel anders. De persoon die zijn beeldenaar leende voor onze 20 en 50 centimes bestaat echt. Het is een legendarisch figuur, in de vergetelheid geraakt, ondanks dat zijn leven niet altijd even gemakkelijk was.
DELPLANCQ Louis zag het levenslicht op 18 mei 1894 in Harchies (Henegouwen). Sterk als hij was, was hij voorbestemd in zijn vaders voetsporen te treden als mijnwerker in de mijnen van BERNISSART. Het is 1911 als onze Louis, op 16-jarige leeftijd, kennismaakt met de mijn van Harchies [de naam van de mijn is Le carreau de la mine d'Harchies, Bart]. In 1922 verlaat hij zijn eerste werkgever en wij vinden hem terug in Hensies-Pommeroeul, waar hij tot zijn pensioen in 1945 blijft werken.
In 1936 viert de mijn van Hensies-Pommeroeul haar 25-jarig bestaan. Voor deze gelegenheid wordt een album uitgegeven. De Parijse tekenaar Pierre Gustave, krijgt de opdracht de eerste bladzijde van dit album te ontwerpen. Hij kiest Louis DELPLANCQ om model te staan en dit is het begin van zijn roem: het succes houdt niet meer op. De film maakt zich meester van Louis en laat ons het harde leven in de kolenmijnen zien.
Meneer RAU, graveur, schrijft zich in voor de wedstrijd en levert als ontwerp een muntstuk in met daarop het hoofd van een mijnwerker, getekend door Pierre Gustave. Zijn ontwerp wordt geaccepteerd en meneer RAU wint de wedstrijd. De aanmunting begint en zodoende begint zijn reis door de portemonnee van menig huisvrouw.
Vandaag de dag, op 78-jarige leeftijd leeft hij rustig in vergetelheid en met weemoed spreekt hij over dit zware beroep dat in onze regionen aan het verdwijnen is. Aan de jongeren die willen luisteren, vertelt hij de anekdotes over zijn leven, en wenst ze het zware leven dat hij gehad heeft niet toe.
Harchies-Bernissart, 12 september 1972

Groetjes Willy