Doorgaans zijn medailleslagenverzamelaars zeer streng hierin. Het moet perfect in lijn zijn, of het is geen medailleslag, maar een 98% of 90% of 3/4 medaille.
5° is te weinig. Er zijn sommige stukken die maar met verdraaiing bestaan. Als je de 20 cent 1953 bevoorbeeld bekijkt, zul je opmerken dat een perfecte muntslag moeilijk te vinden is.
Medailleslagen zijn doorgaans wel zeldzaam te noemen, maar deze die in het boek NB zijn vermeld horen dan nog bij de meer courante. Die
Jespers, de
10 Frank Boudewijn, de 50 Cent Mijnwerker en de 25 Cent Boudewijn komen het vaakst voor in medailleslag. In veiling 2 zat een
50 Frank Laenen in medailleslag, en dat is enorm zeldzaam. Dat was de eerste keer dat ik dit type in medaille was tegengekomen. Die is dan ook 290 euro gegaan in de veiling, waar de veel voorkomende medailleslagen tussen de 20 en 50 euro waard zijn.
Mvg,
Misslagske