Maar het lijkt mij toch niet zo dat bijvoorbeeld al die 10.788.454 stuks die zijn ingeleverd, allemaal zijn omgesmolten om hier nieuwe munten van te maken?
De genoemde aantallen zijn de aantallen die zijn ingeleverd en
tot en met het laatste stuk zijn omgesmolten.
Buiten de zilveren dukaten (rijksdaalders) zijn er nog
aanzienlijke aantallen andere munten van lagere waarde ingeleverd en omgesmolten: met name Dubbele stuivers, Guldens (met de maagd), Zesthalven (schellingen), Daalders van 30 stuivers, en Florijnen van 28 stuivers. Plus kleinere aantallen van allelei andere oude Provinciale munten, alles bij elkaar voor een totale waarde van ruim
fl. 86.000.000.
Alle ingeleverde munten zijn omgesmolten en het daaruit gewonnen zilver is verwerkt tot nieuwe munten.
Wél is het zo dat ten tijde van de omwisseling talloze belangrijke verzamelingen zijn opgestart, en over het aantal niet-ingeleverde munten bestaan (uiteraard) geen gegevens.
Verder zou ik graag willen weten waar je deze cijfers vandaan hebt gehaald. Deze zullen zeker niet op internet staan, maar wellicht dat je dit in een boek of veilingcatalogus hebt gevonden? Of heeft dit in hele oude kranten gestaan?
Er bestaat een boekje van Dr. A Vrolik: "Verslag van het verrigte tot herstel van het Nederlandsche Muntwezen van 1842-1851". Een (beknopte) samenvatting van de tabellen in dat boekje is te vinden in "Nederlandse Munten 1795-1975" door Jacques Schulman.
Rob Kooy