Een vraag die Mischaop82 hierover kreeg, speelde hij door naar mij. Omdat het antwoord wellicht ook interessant is voor andere euro verzamelaars geef ik een en ander hieronder weer.
De vraag luidde:
Waarom is er precies gekozen voor een bepaalde vorm, kleur, gewicht van de
euromunten. Is er onderzoek naar gedaan wat mensen een prettige munt vinden?
Zijn bepaalde nationale munten een voorbeeld geweest voor de huidige euro?mijn antwoord was:
Hallo Mischa,
Over dit onderwerp zou ik een uitgebreid verhaal kunnen schrijven, maar ik zal me beperken tot de hoofdpunten.
Al in 1992 werden de eerste voorstellen voor de technische details van de toekomstige eenheidsmunten gepresenteerd door de Werkgroep van Muntdirecteuren. Vervolgens was er een uitgebreide inspraakronde waaraan o.a. consumentenorganisaties, de Europese Blindenunie en vertegenwoordigers van de automatenindustrie deelnamen.
De bedoeling was om uiteindelijk tot een muntenserie te komen waarvan de afzonderlijke munten zowel zichtbaar als tastbaar duidelijk van elkaar verschilden. Zowel door de kleur als door de afmetingen moest elke munt duidelijk herkenbaar zijn.
Voor de drie laagste waarden diende het Duitse kleingeld als voorbeeld. Nadeel daarvan was roestvorming op de zijkanten. Dit werd ondervangen door de stalen rondellen vooraf te galvaniseren.
Voor de drie middelste waarden diende het voorbeeld van de Franse munten van overeenkomstige waarden. Hier werd gekozen voor het muntmetaal Nordic Gold. Finland had hier al enige ervaring mee. Dit niet-magnetische metaal kan desondanks door automaten goed worden herkend, en is anti-allergisch. Voor de vorm van de 20 cent werd gekozen voor de vorm van de toenmalige Spaanse 50 pesetas (met 7 inkepingen in de rand).
Voor de 1 en 2 euro werd gekozen voor de uit Frankrijk, Italië, en Portugal bekende bimetalen (duplex) munten. In Duitsland werd het automatenveilige 3-laags muntmetaal ontwikkeld voor de kernen van deze munten waardoor het vervalsen sterk bemoeilijkt werd.
Op 3 mei 1998 werd de (eerste) definitieve vorm voor de verschillende munten vastgesteld door de Raad van Europa.
Op 22 februari 1999 werden nog enkele wijzigingen aangebracht op verzoek van de Blindenorganisaties. Aanvankelijk zouden de 10 en 50 cent een normale ribbelrand hebben (enkele Franse stukken van de 10 cent 1999 -aangemunt in 1998- hebben inderdaad een dergelijke ribbelrand).
Nu werd gekozen voor een beter voelbare gegolfde rand. Ook het gewicht van de 50 cent werd nog verhoogd tot 7,8 gram. Aanvankelijk was gekozen voor een gewicht van 7,0 gram.
MVrGr,
Rob Kooy