Dag bennie,
Gefeliciteerd met deze prachtige zeldzame Eburonenstater. Dit is een goudmunt die door de Eburoonse vorsten in het leven werd geroepen om in 54 voor Christus de militaire campagnes te financieren tegen de invallende Romeinen.
Jou munt behoort tot de klasse I van de Eburonenstaters. Prachtig

! Ken je ook het gewicht van deze munt?
ref: LT 8859 /Scheers GB 254
Er zit dus een hele geschiedenis verborgen achter deze munt. Ik zal deze even beknopt weergeven:
De Eburonen werden ten tijde van de Gallische Oorlog geleid door twee koningen, Ambiorix en Catuvolcus.
De Romeinen (één legioen en vijf cohorten) hadden in 54 BC in Atuatuca - de naam van een Eburoonse vesting - hun winterkwartier opgeslagen onder leiding van Sabinus en Cotta.
Weliswaar hadden de Eburonen hun diensten aangeboden aan Sabinus en Cotta en graan naar het winterkwartier laten brengen, maar na 14 dagen gaven Ambiorix en Catuvolcus het sein tot militaire opstand.
De Romeinen werden plots overvallen toen ze buiten het kamp hout verzamelden. Hierop werden uit de poorten van het Romeins kamp Spaanse ruiters naar buiten gezonden ter ondersteuning van de in het nauw verkerende Romeinse soldaten. De Eburonen zagen in dat ze dreigden te verliezen en riepen onmiddellijk hun troepen terug.
Ambiorix vroeg een onderhoud aan en vertelde de Romeinen dat hij door zijn volk verplicht werd om aan een gemeenschappelijk Gallisch plan deel te nemen - een plan om op eenzelfde ogenblik alle Romeinse winterkwartieren in Gallia Belgica aan te vallen. Voorts deelde hij aan Sabinus en Cotta mee dat de Germanen met een grote troepenmacht de Rijn waren overgestoken en dat deze nog slechts twee dagen van het Romeinse winterkamp verwijderd waren.
Ambiorix stelde voor om veiligheidshalve de Romeinse troepen uit het winterkwartier te verplaatsen naar de legerplaatsen van Cicero of Labienus, de één ongeveer 50 mijl verwijderd van het in Eburoons gebied gelegen winterkwartier, het andere even verder bij hen vandaan. De Eburonen beloofden een vrije doortocht door hun land.
Tussen Sabinus en Cotta was er onenigheid. Sabinus vond dat men de raad van de Eburonen niet in de wind mocht slaan en het winterkwartier diende te verlaten. Cotta daarentegen dacht dat het om een list ging en hij pleitte voor het verdedigen van het kamp. Uiteindelijk behaalde Sabinus'mening de bovenhand en na de nacht wakend te hebben doorgebracht, verlieten de Romeinen in de vroege ochtend het winterkamp.
Op een geschikte plek op ongeveer twee mijl van de Romeinse legerplaats legden de Eburonen zich in een hinderlaag.
Het grootste deel van de lange Romeinse colonne – bepakt met een grote legertros – was reeds in een grote vallei afgedaald toen de Eburonen plots aan weerszijden te voorschijn kwamen. Ze vielen de achterhoede aan en belette de voorhoede om uit het dal omhoog te klimmen.
Er werd zeer hevig gevochten en de Romeinen leden zeer grote verliezen. Sabinus, die onderhandelingen wilde aanknopen, werd gedood. Cotta stierf met het zwaard in de hand. Een deel van de Romeinse troepen had zich kunnen terugtrekken in de legerplaats maar tijdens de nacht pleegden alle Romeinen zelfmoord wegens de uitzichtloze situatie.
Slechts een paar van de negenduizend Romeinen ontsnapten en kwamen na dwaaltochten door de bossen aan bij het winterkwartier van Labienus. Zij vertelden hem wat er was gebeurd.
Door deze aanval haalde de Eburonen de woede op zich van de Romeinen. Zoals Caesar schrijft in zijn oorlogscommentaren (De Bello Gallico) diende de naam en het volk van de Eburonen van de aardbodem te verdwijnen.
Caesar sloeg ongenadig terug. Hij viel eerst de bondgenoten aan van de Eburonen en nadien de Eburonen zelf. Alle bondgenoten van de Romeinen werden uitgenodigd om het land van de Eburonen te komen plunderen.
Tot daar de geschiedenisles zoals veel uitgebreider te lezen staat in de oorlogsverslagen van Julius Caesar.
mvg,
Catuvolcos