Ik meende dat citroenzuur geen putjes in het materiaal vrat.
Batavier,
Je hebt wel gedeeltelijk gelijk. Citroenzuur is een organisch zuur, en dus in vergeljking met anorganische zuren, zoals bijvoorbeeld zoutzuur, een betrekkelijk zwak zuur.
Zou je dus een pas geslagen follis of sestertius hebben, die lichtjes laten oxideren in de buitenlucht, of zelfs zwavelen, en die dan in citroenzuur leggen, dan zou die er weer als nieuw uitkomen, volledig gereinigd.
Er zouden wel minimale deeltjes metaal zijn opgelost, maar dit zou niet zichtbaar, en zelfs quasi niet meetbaar (gewichtsverlies) zijn.
Echter, munten die eeuwen in de grond gezeten hebben zijn gecorrodeerd/geoxideerd.
"Verroest" eigenlijk, want zo heet oxidatie bij ijzer.
Een patina is eigenlijk een prachtig beschermmiddel, een soort enveloppe. De munt is onder de patina bijna steeds veel slechter van kwaliteit als dit op het zicht wel lijkt.
Die gecorrodeerde/geoxideerde munten, wel die corrosie, als ge daar niets aan doet, die houdt ook nog betrekkelijk goed aaneen, maar die zijn wel makkelijk oplosbaar in een zuur.
Dus : die gecorrodeerde delen (vergelijk dus met roestschilfers) lossen wel op in citroenzuur.
En : als je zo een munt in het citroenzuur legt gaat alle oxidatie oplossen en dus putjes vormen, ttz, waar oxidatie op het materiaal zat, gaat die weg, een putje achterlatend.
Dus de munt zal er optisch veel slechter uitkomen.
Ik meen dat het daarom is dat Aurelianus zegt : enkel met munten met betrekkelijk hoog zilvergehalte gebruiken.
Namelijk hoe edeler het metaal, hoe minder het wordt aangetast door die zuren. Goud bijvoorbeeld (of platina) zelfs helemaal niet.