De vicariaatsmunten geven een bijzondere titel weer, namelijk plaatsvervanger voor de keizer, bij diens dood. De titel behoorde oorspronkelijk bij de keurgraven van de Palts, maar bij de overname door Beieren kwam ze aan de hertogen van Beieren. In 1740 was
Karel VI, de laatste keizer van het Habsburgse huis, gestorven en oefende de hertog van Beieren dus zijn plaatsvervangerschap uit. Pas in 1742 konden de keurvorsten het eens worden over de opvolging en werd de titel aan
Karel VII gegund.
Na hem kwam het huis Habsburg in een andere gedaante toch weer terug op de Duitse troon in de vorm van Habsburg-Lotharingen. De broer van Karel Albert,
Klemens August heeft bij deze verwikkelingen een sleutelrol gespeeld. Hij had als keuraartsbisschop van Keulen een stem in de benoeming. In deze tijd was er ook een nauwe binding tussen Keulen, Beieren en het prins-bisdom Luik. Beierse zonen waren nogal eens bisschop in Keulen, Luik of allebei.
Peter