Een stukje dat ik in 2001 gepubliceerd heb,
Hieronder volgt een algemene omschrijving van dit type munt:
Voorzijde: (De convexe of bolle zijde) Triquetrum, rond een cirkel waarbinnen een kogel, de uiteinden van de beentjes eindigend in een kleiner kogeltje. Alles binnen een lauwerkrans, opgebouwd uit twee delen elke helft bestaat uit aanvankelijk 7 dubbele blaadjes, later minder (tot vier), eindigend met cirkel waarbinnen een kogel.
Keerzijde: (De concave of holle zijde) Aanvankelijk acht cirkelpatronen in piramidale opbouw: eerst vijf, later vier, en nog later drie min of meer lineair geplaatste kleinere cirkels waarin kogels. Hierboven in een driehoek geplaatst, drie grotere cirkels, met in iedere cirkel een kleinere cirkel. Deze cirkelpatronen zijn geplaatst binnen "torque" ( = Keltische halssieraad) . Een eventueel bijteken (niet op de vroegste typen) altijd ook geplaatst op de keerzijde. De bijtekens vindt men:
1. onder de onderste min of meer lineair geplaatste kleinere cirkels waarin kogels.
2. of links of rechts tussen de onderste en de op een na onderste cirkelrijen
3. of links of rechts naast de eerste cirkel en de twee die daar onder zijn geplaatst.
Naarmate de munten later zijn worden, naast de hierboven beschreven wijzigingen, de stijl en afwerking ruwer.
Eveneens neemt aanvankelijk het gehalte aan goud af en de hoeveelheid zilver toe, later neemt ook de hoeveelheid zilver af en de hoeveelheid koper en andere metalen toe. Door de lagere dichtheid van die metalen wordt ook de massa minder.
Het gehalte kan, zonder de munt te beschadigen, bepaald worden met röntgenstraling fluorescentie of met neutronen emissie. Bij beide methoden wordt slechts een zeer oppervlakkige (10-20 micronmeter) analyse gedaan. Een visuele methode (kleur onderscheid) door een ervaren persoon bij op gelijke wijze gereinigde munten is goedkoper.
Het blijkt dat de munten met de hoogste intrinsieke waarde geen emissieteken hebben (type a) , vaak meer massa hebben en beter d.w.z. gedetailleerder afgewerkt zijn.
SYMBOLIEK VAN DE VOORSTELLINGEN.
De Kelten gebruikten pas in hun laatste cultuurperiode (vnl. op munten) de letters van de Romeinen, daarvoor eigenlijk alleen symbolen, die ik voor dit type munt zal proberen te verklaren op basis van de studies van Lengyell .
Op deze munt komt de zonnesymboliek naar voren: op de bolle kant het Keltische zonnerad voorgesteld door het triquetrum . Door het getal 2 (ringstructuren op de krans) wordt de maan gesymboliseerd. Aan de holle kant wordt door de drie, in een driehoek geplaatste, grote ringstructuren wederom de zon gesymboliseerd. De daaronder eventueel geplaatste vijf kleinere cirkelmotieven symboliseren het opstandingmotief of het onbegrensde bestaan. Of de daaronder eventueel geplaatste vier kleinere cirkelmotieven symboliseren de uitbreiding van de ruimte. Of de daaronder eventueel geplaatste drie kleinere cirkelmotieven symboliseren wederom de zon De torque symboliseert de mannelijke kracht. (Vrij naar Lengyell: "Das geheime Wissen der Kelten", blz. 94 e.v. en blz. 100 fig. M 130, M 113; blz. 102, blz. 104 e.v. fig. 189 en 105 met name. No.: 167.)
TYPE 1:
Men veronderstelt dat de oudste triquetrumstaters deze zijn die uit Noord-Hessen komen. Zij zijn o.a. in de Mardorf schat gevonden en hebben een massa van 6,9 tot 7,5 gram (gemiddeld 7,188 g.) en een gehalte van 77 tot 39 % goud (gemiddeld 55,6% Au.) en een gehalte van 52 tot 23 % zilver (gemiddeld 33,4 % Ag.) en een gehalte van 14,5 tot 5 % koper (gemiddeld 10,7 % Cu.). Met sporen Pt, Pb, Sn, Ni, Bi, Sb en 1x ook Zn.
Hartmann vindt het aannemelijk dat deze aangemunt in oppidum Amöneburg. Mogelijk zijn deze staters voorafgegaan door de vogelkop / torque staters van de Vindelici (La Tour pl. XXXIX no.'s: 9425 - 9438) die iets zwaarder zijn (ca. 7,5 g.)
Dit type dient mijns inziens geplaatst te worden van 150 v Chr. tot (zeer kort na) de veroveringen van Gallia door Caesar (58 - 49 v. Chr.)
Voorbeelden hiervan zijn (nog) niet in het Neder-Rijnse gebied van de Bataven gevonden en niet opgenomen in mijn collectie.