Hallo Catuvolcos,
Baas boven baas, wat een schitterend stuk!
Het is een interessante gedachte, ik liet me bij mijn gedachten vooral leiden zoals beschreven door massa en gehalte. Ik heb echter ook nog twee zilveren op grotere muntflan geslagen, waarop wel het gehele muntbeeld. De kleinste heeft op de bolle kant een lichte dubbelslag, waar bij de krans helemaal rond de triskles ligt.
( Deze lijkt het meest op het type van Lith en het type van Bochum )
Beschrijving:
STATER “REGENBOOGSCHOTELTJE” of Type “i”
Datering: 75 - 25 v. Chr. Ag / Au; Massa: 6,0605 gram
Diameter muntplaatje: 17.3 –16,8 mm
Stempelstand: 3.
Kwaliteit: Ruim Zeer Fraai.
Voorzijde: Triquetrum, rond een cirkel waarbinnen een kogel, de uiteinden van de beentjes eindigend in een kleiner kogeltje. Alles binnen een lauwerkrans, opgebouwd drie delen: Cirkel waarbinnen kogel waaronder 7 dubbele blaadjes dan een dubbel blaadje tegen de richting, dan weer cirkel waarbinnen kogel, waarna een dubbel blad naar de kogel toe dan 4 dubbele blaadjes naar de volgende cirkel waarbinnen kogel toe, tussen de laatste en de eerste cirkel waarbinnen kogel vaag drie(?).dubbel blaadjes naar de kogel toe dan 2 dubbele blaadjes. Vermoedelijk dubbelslag, maar de trikles is dan precies 12 graden gedraaid , want daar is geen dubbelslag te zien.
Keerzijde: Zeven cirkelpatronen in piramidale opbouw: vier min of meer lineair geplaatste kleinere cirkels waarin kogels, waarboven in een driehoek geplaatst boven de drie meest rechts geplaatste kleine cirkels, drie grotere cirkels met in iedere cirkel een kleinere cirkel. Deze zeven cirkelpatronen in piramidale vorm.
De andere (beschrijving):
MIDDENRIJNKELTEN BATAVIRI
STATER “REGENBOOGSCHOTELTJE” of Type “i”
Datering: 75 - 25 v. Chr.
Ag / Au (?); Massa: 5,4901 gram
Diameter muntplaatje: ca. 18,5 mm
Stempelstand: 6.
Kwaliteit: Zeer Fraai, kleine Bijna stempelbeschadiging aan de holle kant
Voorzijde: Triquetrum, rond een cirkel waar binnen een kogel, de uiteinden van de beentjes eindigend in een zelfde, maar kleinere structuur. Alles binneneen lauwerkrans, opgebouwd uit twee gespiegelde helften, elk bestaand uit 6 dubbele blaadjes, eindigend in een cirkel , waarbinnen kogel.
Keerzijde: Zeven (mogelijk acht) cirkelpatronen in piramidale opbouw: vier (mogelijk vijf) min of meer lineair geplaatste kleinere cirkels waarin kogels, waarboven in een driehoek geplaatst, drie grotere cirkels met in iedere cirkel een kleinere cirkel. Deze zeven / acht cirkelpatronen in piramidale opbouw zijn geplaatst binnen gegolfde“torque”, met uitzondering van de buitenste kleine cirkels die op en buitende torque liggen. Bijteken: “(6“,links van de piramide ter hoogte van waar de bovenste aansluit op de twee cirkelstructuren daaronder.
Naast het bijteken een stempeluitbreuk: resulterend in een verhoging op het muntveld.
Mijn idee was dat de laatste munt op de grootste flan toch niet de oudste was, gezien de kleur de massa en het bijteken.
Al mijn munten zijn gevonden in het aan de Bataven toegewezen gebied.
Ik ben het absoluut met U eens dat de stempelafwerkingen naarmate de tijd vordert, en het metaal minder edel, steeds minder fijn of zelfs grover wordt: minder blaadjes in de krans, en minder kleine cirkelvormige stucturen. Het valt mij ook op dat de muntjes kleiner worden in doorsnede, maar in het algemeen niet dikker.
Mij valt op dat alleen van deze "regenboogschoteltjes" alleen die met een laag gehalte vnl. brons dus, gebruiksslijtage vertonen.
Ik vermoed dat de gouden exemplaren echter geen betaalfunktie hebben gehad, maar werden geschonken en / of geofferd
Wat is Uw theorie over hoelang deze muntslag in brons is doorgegaan?
Dank voor Uw visie, met groet
