Dag Ilja,
De Galliërs, of Kelten die ten noorden van de Alpen woonden, waren voor de Romeinen al lang geen onbekenden. Er bestonden nauwe contacten en handelsovereenkomsten tussen beide volkeren en dit voordat Caesar aan zijn befaamde veroveringstochten begon.
Interessant om weten is dat Caesar voor zijn veroveringstochten het oorspronkelijke Gallië veel ruimer heeft voorgesteld om alzo een mogelijkheid te scheppen om een veel groter gebied te kunnen veroveren. Hij voegde Belgium, de naam voor het gebied van de Belgae toe aan Gallië en hij bedoelde er tevens ook de noordelijkste stammen mee tot aan de natuurlijke grens van de Rijn. Aan de overkant van de Rijn woonden dan de Germanen.
De Germanen waren hoogstwaarschijnlijk net zoals de Kelten, de Belgen, Galliërs die op beide Rijnoevers woonden. Men mag niet vergeten dat Caesar uitdrukkelijk in zijn oorlogsverslagen vermeldt dat de Condrusi, de Eburones, de Caerosi en de Paemani van Germaanse oorsprong waren maar niettemin op de linkeroever van de Rijn woonden.
Ook de Nerviërs en de Treveri gingen er prat op dat zij van overrijnse – germaanse – oorsprong waren.
De Germanen behoorden dus niet tot een “ander ras”, het waren keltische stammen die achter de Rijn woonden. Caesar paste de naam Germanen toe op alle stammen die achter de Rijn woonden maar voegde er niet aan toe dat het evengoed als de Aquitani, de Kelten en de Belgen om Galliërs ging. Zo kon hij zijn optreden verantwoorden tegenover alles wat hij “Germaans” noemde en kon hij zijn veroveringstochten van Gallië laten eindigen aan de Rijn.
Tacitus laat in zijn studie over de Germanen duidelijk verstaan dat de cultuur van de Germanen op heel veel punten overeenkomsten vertoonde met de Gallische cultuur. Tacitus stelde: breng een Germaan naar Gallië en hij wordt Galliër: breng een Galliër naar Germanië en hij wordt Germaan.
Strabo, een griekse schrijver, besluit dat de Romeinen de volkeren ten oosten van de Rijn Germani noemden om daarmee tot uiting te laten komen dat zij de feitelijke ras-Kelten waren. Germani betekent in het Latijn namelijk ‘echt’ in de zin van ‘oorspronkelijk’.
Het is belangrijk in deze om te beseffen dat tussen de Aquitani in het zuiden en de Germani in het noorden wellicht taalkundige en culturele verschillen op te merken vielen. Maar wanneer men van volk tot volk, van stam tot stam zou trekken, zou men haast ongemerkt in elkaar overlappende gebruiken en levenswijzen zijn terechtgekomen.
groetjes,
Catuvolcos
